2017 - Review 174
Vrijstelling onroerende voorheffing: twee recente uitspraken
Vrijgesteld zijn de inkomsten van onroerende goederen of delen van onroerende goederen gelegen in een lidstaat van de EER, die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerken heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen (art. 12, § 1 WIB 1992). Die vrijstelling geldt ook voor de onroerende voorheffing (art. 253, al. 1, 1° WIB 1992/art. 2.1.6.0, al. 1, 1° VCF).
Bron: Review 174 - januari 2017
Pagina: 16